De eerste week in de zomer.
Na de vliegreis kwamen we 's morgens om 6 uur moe aan in Auckland. We moesten in het vliegtuig, omdat de klok vijf uur later werd gezet, voor ons gevoel 's middags om zes uur al gaan slapen. Dat lukte ons beide niet. Ik heb twee speelfilms en een paar afleveringen van Fawlty Towers gezien. Maar ons het campertje stond ‘s morgens om 10 uur in Auckland voor ons klaar.
Nu alles weer op de verschillende borden is te lezen en redelijk met alle mensen is te communiceren voelt het een beetje alsof we thuiskomen. Het Nieuw-Zeelandse accent is wel wennen. Het is hier zomer, dat voelt wel vreemd aan na een kort en heftig wintertje in Mongolië. Aan de ene kant voelt het dus vertrouwd, aan de andere kant ook heel vreemd als je op 5 december onder een warme zon in zee zwemt. In deze dagen hoort het buiten koud, nat en winderig te zijn en binnen behaaglijk warm. Vroeg donker en een kaarsje aan. We worden af en toe plotseling herinnerd aan het feit dat kerst in aankomst is als we in een winkel een kerstboom zien staan. Hier draait de zon door het noorden van oost naar west, ook even wennen, maar dankzij het kompasje van Lubke komen we daar wel uit.
Het campertje stond dus klaar, het is een sober dingetje, je kan er goed in slapen, hij rijdt lekker en je kunt er een potje koken, maar dat is dan ook alles. Dat is voor ons genoeg. Na een paar dagen acclimatiseren zijn we aan een zomervakantie begonnen. Van camping naar camping rijdend , het liefst zgn DOC-campings (department of conservation). Dit zijn een soort natuurcampings met een WC ( weer een gat in de grond, maar nu een WC-pot erboven en koud water. We zitten nu nog net voor de grote zomervakantie in Nieuw Zeeland, en het is nog aardig rustig. We zijn druk met eten kopen, koken, wassen en lekker over en met de andere mensen op de camping praten
De natuur is er prachtig. Er zijn planten, bomen en dieren te zien die nergens anders voorkomen. Wat wil je ook als je bedenkt dat deze eilanden, door de zee ver verwijderd van de rest van de wereld, miljoenen jaren niet door mensen zijn bewoond en de natuur zich op een eigen manier heeft ontwikkeld. De temperatuur is nu 20 + graden, maar we hebben ook wel wat regen gehad. Ik heb weer wat foto's opgestuurd, die spreken voor zich. We gebruiken het campertje tot 20/12 en vliegen dan naar Nelson op het Zuider Eiland, waar we een paar dagen in een hostel blijven om dan te beginnen aan de eerste gereserveerde wandeling, de ‘Abel Tasman coastal track', 5 dagen langs de zee wandelen en overnachten in hutten. We zullen hier de kerstdagen doorbrengen.
Kiwi's ( nieuw zeelanders) zijn positief ingestelde nogal joviale mensen, wel even wennen. Als ze ‘how are you' zeggen heb ik de neiging te vertellen hoe het met me is, maar dat is niet de bedoeling, begreep ik later. En na ‘have a good day' heb ik de neiging ‘ the same' te zeggen, ook niet de bedoeling. Uiteindelijk went dat ook wel weer. Waar we ook aan moeten wennen is de kracht van de zon, beide zijn we, ondanks wat smeren, pijnlijk verbrand op onze armen en nek.
We willen niet veel rijden en hebben besloten binnen een straal van ongeveer 150 km rondom Auckland te blijven, eerst naar het noorden tot en met de Bay of Islands dan naar het zuiden om de geisers rondom Rotorua te bekijken. Maar daarover later.
We wensen jullie gezellige feestdagen toe.
Shanghai
Terwijl ik dit schrijf zitten we in het vliegtuig naar Auckland in Nieuw Zeeland en zal ik jullie iets vertellen over onze ervaringen in Shanghai.
Als Beijing groot en imposant is, wat kan ik dan nog over Shanghai zeggen ? Alles lijkt hier nog groter. Het is een stad van 23 miljoen inwoners. De flats in het economische centrum zijn gigantisch hoog, de hoogste is geloof ik 490 m en er wordt nu één van meer dan 600 m bij gebouwd. Een kenmerk van Shanghai is wat mij betreft de grote tegenstellingen, die je heel dicht bij elkaar kunt vinden. Enorme rijkdom ( grote winkelstraten, dure winkels met juwelen, horloges en kleding) en diepe armoede ( clochards en krottenwijken) één zijstraat van elkaar verwijderd. Corrie was haar oude kleren snel kwijt, een oud vrouwtje was er blij mee. Glanzende marmeren vloeren in mooie restaurants en ronduit gore eettenten waar het een wonder is dat de mensen gezond blijven nog geen 100 meter van elkaar verwijderd. Het is een bijzonder volk; ze kunnen je de smakelijkste dingen voorzetten, maar ook ontzettend vies en goor doen.
Deze keer hadden we maar één dag een gids, de resterende drie dagen hebben we de stad wandelend en met de metro verkend. De gids heette Tina (natuurlijk weer niet haar echte), 21 jaar, ze studeerde toerismemanagement en beschouwde dit baantje als een opstap naar het management. In tegenstelling tot Peter was ze heel goed in staat om op haar persoonlijke manier naar China te kijken. Ze deed haar officiële standaard Chinese bril dan even af, heel verfrissend. Zo wilde ze geen partijlid worden, omdat ze dan moeite zou hebben naar bepaalde landen te reizen en noemde Canada als voorbeeld. En zij vertelde dat om China goed te begrijpen je moet weten welke draai de opvolger van Mao, DengXiaoping, aan het Chineze communisme heeft gegeven. De hervormingen van Deng kunnen worden samengevat in het motto: 'Het maakt niet uit of de kat wit of zwart is, als hij maar muizen vangt'. Hiermee bedoelde hij te zeggen dat het politieke systeem niet niet zo belangrijk is, als er maar resultaten werden geboekt. En dat is gelukt! Ik moet zeggen dat ik de handelsgeest, rijkdom en het optimisme van China nu beter begrijp.
Er zijn weer veel jonge mensen op straat, weer dezelfde vriendelijkheid en openheid. Chinese toeristen van andere steden willen graag met ons op de foto, een praatje maken in het Engels of gewoon even zwaaien en 'Hello' zeggen. De bleke huid en de lange neus is toch wel bijzonder blijkbaar. In de winkelstraten wordt je wel om de haverklap aangeklampt of je een Rolex of een leren jasje wilt kopen; ik wordt hier soms niet goed van en het lijkt net of ze mij altijd moeten hebben. Ik zal er wel als een domme goedzak uitzien die ze gemakkelijk iets aan kunnen smeren. Corrie zegt dan steeds : 'Voor je kijken, niet aankijken !'
Ook hier hebben we twee prachtige boeddhistische tempelcomplexen bezocht, in beide werd actief het geloof beleden. Het zijn oases van rust in een lawaaiige en hectische stad. Toch mooi om te zien. Eén klooster werd al in 250 NC gebouwd ! In dit klooster staat onder andere een zilveren Boeddha die uit 15 ton zilver bestaat.
De lange treinreis is nu afgelopen, zonder de onderbreking hadden we nu een reis van zo'n 8000 km achter de rug gehad. We zijn een mooie ervaring rijker. De avond in Rusland waarop we hoorden dat vader was overleden blijft in ons geheugen geprent. Wat ons beide betreft is de rondreis door Mongolië door niets overtroffen. De oorspronkelijkheid, de warmte en de gastvrijheid van de Mongolen in de gers en de prachtige vergezichten hebben ons hart gestolen. Maar Mongolië is ook een land wat nog arm is en het niet gemakkelijk heeft met twee machtige buren, Rusland en China. In de grond schijnt gelukkig veel waardevols te zitten, het is te hopen dat ze dit op een schone manier gaan winnen. Het optimisme en openheid van de Chinese jeugd zullen we niet vergeten evenals de pracht en praal van hun keizers. En natuurlijk de smerigheid, die we soms tegenkwamen.
Nu op naar Nieuw Zeeland. Via het internet heb ik in de afgelopen dagen een goedkoop campertje geregeld en nu maar hopen dat ie klaar staat en het doet.
Het kapitalistische Beijing
Alles is er groot , het Tiananminplein, de enorme paleizen van de keizer, in prachtige staat gerestaureerd, de tempelcomplexen, de winkelstraten en de markten. En natuurlijk de grote muur, we hebben er een heel eind op gewandeld. De tempels leven er niet zoals in Mongolië, daardoor maken ze op ons een wat doodse indruk.
Onze gids, Peter (zijn eigenlijke naam is een Chinese, maar deze naam kreeg hij als veel andere Chinese kinderen van zijn leraar Engels. Wel handig voor de toeristen.) is 36 jaar oud en sinds 11 jaar gids voor Tiara. Hij trok 4 dagen met ons op. Hij wist erg veel van de geschiedenis van China, vertelde daar ook graag en veel over. Onwillekeurig hebben we ook vrij veel over andere dingen gesproken. Het viel op hoe verschillend onze blik op de wereld is. Over Israël: een goed land, zij hebben ons aan de AWACS geholpen. De Palestijnse kwestie is hem amper bekend. Ingrijpen in de interne zaken van een ander land is niet goed. De bemoeienissen van de Westerse landen met Irak, Libië en Egypte hebben maar één doel, olie. Over de religie: als een volk gelukkig is dan heeft ze geen religie nodig. Op mijn vraag of hij religieus was antwoordde hij: nee, want ik ben lid van de partij. Op mijn vraag of de Mao-verering niet een vorm van religie is lachte hij alleen. Later bleek dat je wel religieus kan zijn als partijlid, maar dan binnen de vier muren van je huis. Enig chauvinisme was hem niet vreemd, trots was hij op de Olympische gebouwen, het zwembad en het birdsnest. Ook de euro kwam ter sprake; in zijn ogen is de schuldencrisis een noodzakelijk gebeuren om een nieuw evenwicht te laten ontstaan en ik voelde een beetje leedvermaak.
Beijing (sinds het uitroepen van de peoples republic in 1954 heeft het deze nieuwe naam) is een stad waar de commercie overal aanwezig is, de vrije -markt economie wordt hier met hartstocht gepraktiseerd. Grote winkelstraten, grote shopping-malls , alle grote internationale merken zijn vertegenwoordigd. De jeugd loopt in de nieuwste mode met cola en popcorn in de hand. Zou de grote leider, Mao Tse-tung, dit bedoeld hebben met de revolutie voor het volk ? Ook zijn er nog stukken van het vroegere Peking. Hutongs, oude wijken, netwerken van nauwe straatjes en steegjes. Mensen leven op straat, wel erg gezellig. In beide delen van stad weer dezelfde openheid en hartelijkheid naar vreemdelingen.
We hebben de grote leider opgebaard zien liggen, we moesten daarvoor wel 3 keer door een security-check, moesten onze tassen en fototoestel inleveren, zelfs ons zakmesje moest worden ingeleverd. Je kon bloemen kopen en die bij zijn kist neerleggen. Er werd gebogen en zelfs gebeden. Eigenlijk net een tempel. Verder hebben we in het nationale museum, al weer net zo gigantisch groot, 'het pad van de verjonging van China' gelopen, dat is de historie van de revolutie. In de ogen van de Chinezen heeft Engeland zich als een waar koloniaal land gedragen. Het volk uitgebuit en aan de opium geholpen. Zo hebben, denk ik, de Europese landen zich in de vorige eeuwen toch wel vreemd gedragen. Landen werden ‘ontdekt' en tot bezit verklaard, het volk daarna uitbuitend. De revolutie heeft de Chinezen in ieder geval welvaart gebracht. Eén van de nadelige gevolgen van deze welvaart is de smog door de auto's, die zo lang we in Beijing waren, daar heeft gehangen.
We zitten nu in de nachttrein naar Shanghai en hopen daar om half elf de volgende morgen aan te komen. We zitten dan een stuk zuidelijker, 10 graden lager op 32 graden NB, het zal er wel een stukje warmer zijn. We zullen wel zien.
Datong, Corrie kokhalzend over de straat
Na een treinreis van 25 uur, voor een groot deel door de Gobi woestijn, zijn we aangekomen in Datong. De grensoverschrijding duurde zes uur, eerst de Mongoolse douane, dan de Chinese, daarna worden de onderstellen van de wagons gewisseld. De spoorbreedte is namelijk verschillend in beide landen. En dat is niet het enige wat verschilt, vergeleken met Zamyn-Uud aan de Mongoolse kant is Erlian aan de Chinese kant een echte metropool, een groot station, flats en hotels. Nu is het nog 13 uur tot Beijing.
De mensen, die we tot nu hebben ontmoet zijn steeds ontzettend aardig en behulpzaam. In Datong viel het niet altijd mee de goede weg te vinden, in het hotel kenden ze nauwelijks Engels en van die Chinese tekens is natuurlijks niets te maken, maar helpen met handen en voeten wilden ze ons wel. In Datong werden we soms aangegaapt op straat en wezen ze naar ons (zo voelt het dus als je er vreemd uitziet en bekeken wordt) ; iemand wilde zelfs met ons op de foto. Kinderen zwaaien soms en zeggen een paar Engelse woordjes. Onze vaststelling, zo niet verbazing over het feit dat de verschillende mensen die we ontmoetten in Rusland, Mongolië en nu China zo aardig zijn zegt misschien wel meer over ons dan over hen. Wel roken ze veel, ook in de restaurants en winkels en schrapen ze hun keel luidruchtig waarna ze het geproduceerde met een boog op straat deponeren. Corrie kan daar slecht tegen en liep af en toe kokhalzend op straat.
Datong is een oude stad, vroeger een hoofdstad en telde in het jaar 400 NC al één miljoen mensen! Een gedeelte van de oude muren staan er nog. Het is een stad waar veel is gevochten tussen Chinezen en Mongolen. Nu is het een middelgrote stad van 3 miljoen inwoners! Overal worden gigantische complexen met flats opgetrokken. Met onze gids hebben we een hangend Boeddhistisch klooster bezocht. En verder een groot prachtig gerestaureerd Boeddhistisch complex met onder andere 45 uit zandsteen uitgehakte hallen waarin grote Boeddha's zijn gebeeldhouwd, soms tot een kleine 30 meter hoog en vergelijkbaar met de jaren geleden door de Taliban verwoestte Boeddha's in Afghanistan. Beide beeldencomplexen zijn rond 400 NC zijn gemaakt. Honderden monniken hebben hier tientallen jaren aan gewerkt. Indrukwekkend met hoeveel vakmanschap dat is gedaan. Het boeddhisme leeft hier nog nauwelijks, dit natuurlijk door het werk van de grote leider. Zowel in Datong hebben we heerlijk gegeten, zie de foto's. Het eten met de stokjes valt niet mee en soms wordt er na een poosje door de serveerster met een meewarige lach toch een vork bij gelegd.
We hebben er heerlijk gegeten en hadden een goed hotel. Ook in het hotel kenden ze praktisch geen Engels. Als ze ons niet begrepen bleven ze vriendelijk lachen maar er gebeurde niets. Dat zal in Peking wel anders zijn, denken we.
Terug van een rondreis in Mongolie
Terug in Ulan Bataar en onderweg naar Datong, China.
We zitten nu in de trein naar Datong nadat we afscheid hebben genomen van onze chauffeur, Engè en Byamba, onze gids (voor wie ooit in Mongolië wil reizen, met de auto, te voet of te paard, van een paar dagen of langer wil ik haar van harte aanbevelen, we hebben (email-)adressen uitgewisseld).
Onze auto was een oud Russische legerbusje, omgebouwd voor toeristen, het merk ben ik vergeten, ze schijnen de beste te zijn op het platteland van Mongolië. Engè lag elke morgen eerst een kwartier onder de auto om de motor op te warmen met een brander. Uiteindelijk deed de motor het elke dag weer. Een kuil hier en daar of een riviertje met of zonder ijs, daar maalde Engè niet om.
Dan de prachtige vergezichten en wisselende landschappen, overweldigend. De uitgestrektheid ,de eenzaamheid en de stilte waren soms beangstigend. Byamba was behoorlijk religieus dus zijn we uitgebreid voorgelicht over de Boeddhistische religie. We bezochten een aantal tempels in en om de oude hoofdstad van Mongolië, Kharkorum. Dit was een pleisterplaats voor de karavanen van Moskou naar Peking. Vanuit Ulan Bataar was het wel 400 km rijden ( 6-7 uur). In Kharkorum konden we douchen in een openbaar badhuis met een interieur stijl jaren 50; de enige keer in zes dagen.
Het meest bijzonder waren toch wel de ontmoetingen met de families in de gers waar we sliepen. Ze zijn ontzettend gastvrij, de foto's spreken voor zich. We werden steeds verwelkomd met een soort oliebolletjes en schapenkaas en als drinken kregen we Mongoolse thee (groene thee met water, melk en zout, uiteindelijk wende dat wel) , soms aangezuurde merriemelk (dat eigenlijk niet) . 's Avonds kookte Byamba voor ons, als het lukte keken zij van 8 tot 9 naar een Mongoolse soap. Ook de mannen waren fanatieke kijkers. En dan slapen, met z'n allen in één ruimte. Als je maar moe genoeg bent slaap je overal, zie de foto's. Moest je plassen of een 'big job' dan was er het 'natural toilet', in de vrije natuur of in een gat soms met een hokje erom. Die lange Mongoolse jassen hebben dan hun voordeel, ze hurken en doen hun behoefte. Dus als je een Mongool in een lange jas ziet hurken dan weet je het wel. Wassen doen ze zich sporadisch. In de gers stonk het niet echt, het rook er wel naar schapenvet, maar na een paar dagen ruik je dat niet meer. Ze houden schapen, geiten, paarden en kamelen, die 's nachts bij de ger overnachten en overdag zichzelf weiden.
Op de laatste dag hebben we in ger- fabriekje bezocht. Prachtige natuurlijke materialen. Als iemand belangstelling heeft: een gemiddelde ger kost een kleine 600 euro excl. vervoer. Ze worden geëxporteerd naar allerlei landen.
Al met al een week om niet te vergeten. Nu kijken wat China voor ons in petto heeft. Of het Mongolië kan evenaren weet ik niet.
Nog even een aanvulling op het verhaal van de sjamaan. We herinnerden ons dat later pas weer en hebben er alsnog veel lol over gehad. Toen de sessie afgelopen was werd aan Corrie en mij gevraagd om in de trommel van de sjamaan een lied te zingen om hem op zijn reis terug te begeleiden. We wisten niks beters dan ‘klein, klein kleutertje' en ‘poesje mauw', niet één keer maar een aantal keren want de voorvader had geen haast met het vertrek.
P.S., als je wilt zien hoe het leven in een ger is kijk dan de documentaire 'het kamelenjong wat niet wilde drinken'
Back on the track
Gisteren zijn we in Ulan Bataar aangekomen. We waren wel afgereisd. Het afscheid van vader deed ons meer dan we dachten. Hoewel hij een lang leven heeft gehad, altijd redelijk helder is gebleven en een rustig en pijnloos levenseinde heeft gehad was het gezamenlijk afscheid emotioneel. Nogmaals hartelijk dank voor de vele tekenen van meeleven en troostende woorden.
In Ulan Bataar, waar het vannacht 25 gr vroor, is het een drukte van belang. Een stad van tegenstellingen: Russisch aandoende appartementenblokken, andere grotere buitenwijken zonder stratennet met verspreide gertenten en allerlei andere kleurrijke bouwsels, vrijwel in het centrum een grote energiecentrale die gestookt wordt op bruinkool en die onafgebroken donkere rook uitblaast. Daartussen altijd drukke straten met toeterende auto's. Jonge vrouwen in korte rokken en oudjes in traditionele kleding. Dure helder verlichte winkels en kleine donkere ruimtes waar van alles wordt verkocht.
Vandaag hebben we kennisgemaakt met onze gids, Biabah ( zo spreek je het uit, geen idee hoe je 't schrijft) , die ons de komende week gaat begeleiden. We hebben vanmorgen de grootste boeddhistische klooster van Mongolië bezocht en daar een lama gesproken die ons een veilige reis beloofde en een god voor ons bedacht. Corrie een groene vrouwengod, dat klopt redelijk, ze is altijd met het groen thuis bezig, en ik een berggod, klopt misschien ook wel, maar daar ben ik nog niet achter.
Vanmiddag zijn we op bezoek geweest bij een sjamaan, een soort medium die berichten van voorouders kan doorgeven. Dit bleek een sieradenmaker te zijn, die we eerst van zijn werk hebben opgehaald. Hij woonde met zijn vrouw en kind in een ger in een buitenwijk. Hij bleek erg benieuwd naar onze dieren, hoe zwaar de schapen waren en hoeveel ze moesten opbrengen. Ezels kennen ze hier niet, we moest hem vertellen hoe een ezel eruit zag. Na een uitgebreide lunch , opgediend door zijn vrouw, begon de ceremonie. Hij verkleedde zich, zie de foto's, daarna kwam hij plotseling in trance en konden de sessies beginnen. Eerst onze chauffeur , toen de gids, zij waren duidelijk onder de indruk ( wat me erg verbaasde, maar dat zal mijn Groningse nuchterheid wel zijn) waren Corrie en ik aan beurt. Hij vroeg Corrie en mij dingen, die ons wel verbaasden, uiteindelijk hoorden we wel dat onze reis vanaf nu geen onderbrekingen meer zouden hebben. Verder kreeg ik een zakje kruiden, die ik moest opbranden in de ezel stal, hij voorspelde ons dan een grote kudde ezels.
Een letterlijk indrukwekkende dag. Morgen gaan we naar het Terelj national park en de komende vier nachten gaan we overnachten in ger-tenten, soms in een eigen tent, soms met de familie. Ik hoop dat ze wel kunnen slapen met mijn gesnurk. We zijn benieuwd.
Aangekomen in Irkoetsk
Na een mooie treinreis van drie dagen en vier nachten door Rusland en Siberië, wat een immens groot land, zijn we vanmorgen aangekomen in Irkoetsk.
Voor een deel stond de reis in het teken van het overlijden van vader, maar we hadden genoeg tijd om het een goed plekje te kunnen geven. We willen iedereen hartelijk bedanken voor de vele reacties. Het is vreemd, we zijn ver weg van iedereen maar door de reacties voelen jullie heel dicht bij. Misschien wel dichter als we gewoon thuis waren geweest. Het internet heeft veel voordelen. We kunnen gelukkig op tijd op de begrafenis komen. Nu vliegen we van Irkoetsk naar Schiphol en pikken we zaterdag de draad weer op in Ulan Bataar in Mongolië.
De dagtemperatuur lag tijdens de treinreis tussen de -5 tot -10 gr. Russen blijken ontzettend warme een aardige mensen te zijn. We waren in Vladimir op een markt en kwamen daar allerlei leuke mensen tegen. De slager begon met een klant voor ons een duet te zingen en de wijnverkoper, waar we eén liter wijn kochten gaf ons een fles wijn cadeau. Van de werkruimte van de slager heb ik een fotootje bijgevoegd. Over hygiëne gesproken...... Blijkbaar worden ze er niet ziek van. Verder zijn ze behoorlijk religieus. In de kerken en kathedralen, en er waren er nogal wat in Vladimir, is het een drukte van belang, kaarsjes aansteken, kruisjes slaan, zegeningen ontvangen, schilderijen en lijkkisten van heiligen kussen enz. Zelfs de jeugd is daar druk mee. Daartussen staan de priesters de boel te regelen en belangrijk te doen.
In de trein heeft elke wagon een soort conducteur/ conciërge/ WC-schoonmaker/ ijs van remmen-afbikker etc, de zgn. provodnik. We hebben er twee, Vladimír en Natasja, ook erg aardig en geschikt. Ze zorgen ervoor dat we, als we even de benen willen strekken op de stations weer op tijd in de trein zitten. Ook hebben ze ons gewekt in Irkoetsk, we waren als de dood dat we ons zouden verslapen!
We zijn nu vijf tijdzones gepasseerd. In de trein wordt Moskou-tijd aangehouden. Wij gingen met z'n tweeën zo ongeveer met de tijdzones mee, dus zetten we onze horloges af en toe een uurtje later, zodat wij plaatselijke tijd in Irkoetsk zouden aankomen. Wel leuk om elke keer samen af te spreken hoe laat het is.
Tot de volgende keer